De Hollandse plaggenhut
Het is bepaald geen luxe om in een plaggenhut te wonen
Nog niet zo heel lang geleden (iets meer dan honderd jaar) woonden er in het Noorden van Nederland nog duizenden mensen in een zelfgemaakte hut. Het had naast een aantal bijzondere nadelen, ook voordelen: bij het trouwen werd het echtpaar verrast door kennissen en familieleden met een eigen woning, geheel en al gratis. Zo'n woning werd in iets meer dan een dag en nacht gebouwd van bestaand materiaal dat daartoe werd verzameld.
In ondermeer Heerde, Nunspeet, Ede, Oldenbroek en op Texel woonden de mensen in een zelf gemaakte plaggenhut.
Het interieur was sober, de arme mensen die veelal werkzaam waren met het steken van turf, konden zich geen super interieur veroorloven. Alhoewel de turf het 'nieuwe goud' was, kregen de arbeiders slechts een zeer klein deel van die tijdelijke rijkdom. En houten tafel, enkele stoelen en houten kisten vormden de complete inventaris. Een zak met stro gevuld zorgde voor de matras. De plaggenhutten werden in het Noord Oosten van Nederland op de hogere delen opgetrokken, het veen was daar te drassig voor.
Er waren arbeiders met hun gezinnen die, zolang er werk was, in de supersnel gebouwde woningen bleven huizen. Maar er waren er ook die hun hele leven, soms met 6 - 9 personen in de kleine en vochtige ruimte woonden. Soms moesten ze nog woonruimte afstaan aan een geit of schaap. Van enige privicy was geen sprake, soms werd een deel van de hut met een gordijn afgescheiden.
Een soort gemeenschap ontstond er doordat de plaggenhutten bijelkaar in groepen werden geplaatst, waardoor de waterput, kookplek en toilet gemeenschappelijk konden worden gebruikt.
Naast de grondstoffen die werden gebruikt was de verwarming ook een probleem. De rook van de kachel werd veelal slecht afgevoerd en de mensen kregen 's nachts veel vuile lucht binnen. De rest van de tijd leefde en werkte men in de buitenlucht hetgeen een kleine compensatie vormde.
Op een gegeven moment raakte turf steeds meer uit de gratie, nieuwe grondstoffen dienden zich aan en de arme arbeiders trokken massaal naar fabrieken en de mijnen in Limburg. Als zo'n verlaten plaggenhut moest worden gesloopt, dan werd dat meestal gedaan door er de brand in te steken. Dat bleek de enige methode om de in de loop van de tijd bijgekomen vegatatie (vlooien, luis en ander ongedierte) voorgoed uit te roeien.
Het Leger des Heils deelt dekens uit aan een veenarbeidersgezin met tien kinderen.
Texel
Irene Maas beschrijft in haar boekje de laatste familie die in een plaggenhut op Texel woonde.
De enige overgebleven foto van Kees Gorter en zijn vrouw Antje.
- Hij was jutter op Texel. Het huis werd in 1917 afgebroken, nadat de bewoners het al vanaf 1909 hadden verlaten.
- Het oude echtpaar Gorter zit voor het raam. De foto moet kort voor 1909 zijn gemaakt. De man links is waarschijnlijk Jan Flens, eigenaar van het in 1907 gebouwde Badhotel in De Koog. Volgens zeggen bezocht hij de Gorters met een Engelse journaliste. Hij had aan het echtpaar gevraagd of ze buiten wilden gaan zitten voor het maken van deze foto, iets wat ze eigenlijk nooit voor een 'vreemde' zouden doen.
- -
Wonen in een zooien huus
De beschikbaarheid van bouwmateriaal was in Texel geheel anders, dan in Drenthe. Aan de kust was een uitgebreide voorraad aan vers hout om de woning perfect, ook aan de binnenkant mee af te werken.
Het interieur
Het juthout kon eenvoudig zo van het strand worden opgehaald. Glas voor de ruitjes moest worden gekocht van het vaste land. Uit overlevering komt naar voren dat er binnen een 'hossie' was waar de petroleumstellen stonden.
De enige kamer deed dienst als woonkamer en als slaapkamer met een bedstee. Ook op de andere eilanden is zo'n bedstee standaard uitrusting bij de vroegere woningen. De openhaard diende voor warmte en voor het koken. Een tafel met stoelen bij het zijraam en een kast vervolmaakten de sobere maar efficiënte inrichting. Het water kwam uit een kolk op de Mient en werd voor alles en nog wat gebruikt.
Buiten de deur leide een klinkerstraatje naar een groententuin en naar een 'helmhok', waar de menselijke en andere mest werden achtergelaten. Als het hok van de geit te vol was, dan werd ie ook wel aan een tafelpoot in de huiskamer gebonden. De keutels werden eenvoudig als brandstof in het vuur geschoven.
'Langs Pagga's Paadje'
Het boek biedt de lezer niet alleen een blik op het leven van de Gorters maar schetst ook een beeld van het leven op Texel in het algemeen. Een leven dat uitermate zwaar kon zijn vanwege de strenge winters. Zo viel de winter van 1867 de Gorters erg zwaar. Weliswaar was er geen sprake van strenge vorst, maar er waren dagenlange sneeuwstormen en de houtvoorraad was op. Het leven op de Mient was dan ook een leven met de seizoenen en met alle weersomstandigheden.
Voor Texel-liefhebbers met historische belangstelling is het boekje bijna verplichte lectuur. Er is aandacht voor de familie Gorter maar de lezer krijgt ook een beeld van het leven zo ver van de bewoonde wereld, het jutten en het wonen in een plaggenhut. Zo verschilden de plaggenhutten van die in Drenthe doordat de jutters voldoende hout hadden om hun hut van binnen af te timmeren.
Aan de hand van overleveringen, knipsels en dagboeknotities hebben de makers het levensverhaal van deze mensen kunnen reconstrueren. Langs Pagga's paadje is geillustreerd met oude sepia-kleurige foto's en kaarten, afbeeldingen van oude documenten en brieven en tekeningen van de op Texel geboren en getogen Monica Maas.
Irene Maas: Langs Pagga's paadje. Over de laatste bewoners van een plaggenhut op Texel, ill. Monica Maas, Uitgever: Boekhandel Het Open Boek Texel, ISBN: 9070202328, ¤ 14,50